Posts tonen met het label SOREL. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SOREL. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2018

Sociale media als een postmoderne mythe

"But Bergson has taught us that it is not only religion which occupies the profounder region of our mental life; revolutionary myths have their place there equally with religion." (Sorel, Reflections on Violence, p 30)

Het postmoderne tijdperk wordt gekenmerkt door het in diskrediet geraken van de zogenaamde 'grote verhalen' in de maatschappij. Tot deze grote verhalen kunnen we zowel het christendom als het socialisme rekenen, die Sorel beiden bespreekt in zijn brief aan Halévy. Deze grote verhalen zijn volgens Bergson aanwezig in de diepere regio van ons mentale leven, wat aannemelijk is omdat net zij ervoor zorgen dat we ons leven op een bepaalde manier kunnen plaatsen, zij bieden een verklaring van ons leven en leren ons omgaan met de moeilijkheden ervan. Echter, nu de grote verhalen door bijna iedereen achterwege zijn gelaten, ontstaat er een hiaat in ons mentale leven: we moeten op zoek naar een nieuwe manier van zingeving.

Deze zingeving wil ik in verband brengen met een trend die de laatste jaren een steile opgang maakt: het tentoonspreiden van een 'ideaal leven' op sociale media. Ik zie hierin sterke gelijkenissen met de mythe zoals Sorel ze beschrijft. Ten eerste is deze trend voortgekomen uit de overtuigingen van een groep mensen, voornamelijk de jeugd, die de sociale media zien als de uitgelezen manier om zich uit te drukken en hun plaats in de samenleving als het ware op te eisen. De sociale media is de beeldende manier om de overtuigingen van deze groep uit te drukken, kan je stellen. Het is een trend die vanuit de bevolking zelf is opgerezen, en niet van bovenaf opgelegd is. Ten tweede is deze voorstelling van het ideale leven, of op zijn minst een sterke romantisering en bewust gekozen belichting van het leven, een fenomeen dat weinig waarheid bevat, net als de mythe. Een bijkomende gelijkenis is dat dit niet succesvol met logische argumenten weerlegd kan worden voor de desbetreffende sociale groep, zoals bij de mythe het geval is. Aan dit fenomeen zit ook een zeker utopisch kantje, omdat iedereen streeft naar een ideaalbeeld dat nooit in de werkelijkheid te realiseren is.

dinsdag 21 augustus 2018

Mythe, verbeelding en geschiedenis bij Sorel


“I wanted to show that we should not attempt to analyse such groups of images in the way that we break down a thing into its elements, that they should be taken as a whole, as historical forces, and that we should be especially careful not to make any comparison between the outcomes and the pictures people had formed for themselves before the action.” (SOREL, Reflections on Violence, 20.)

Bovenstaand citaat is slechts een van de passages waarin Sorel de mythe beschouwt als een geheel van verbeeldingen en bijgevolg als iets wat buiten de greep van de ratio blijft. De auteur maakt duidelijk dat elke vergelijking met historische gebeurtenissen zinloos is en dat de mythe niet weerlegd, onderuitgehaald of afgestraft kan worden op basis van een of andere inconsistentie met de gang van de geschiedenis. Juist omdat de mythe per definitie buiten elke vraag naar waar of onwaar staat en daarentegen vertrekt vanuit intuïtie en voorstellingen, is het voor hem nonsensicaal om haar op een of andere manier te toetsen aan feitelijke waarheid. Toch kan men de vraag stellen of hiermee ook gezegd is dat Sorel de mythe buiten de geschiedenis als dusdanig plaatst. Door de mythe te beschrijven als een historische kracht, lijkt Sorel haar immers op een bepaalde manier opnieuw binnen te halen in het geheel van historische gebeurtenissen en haar te begrijpen als een soort van drijfveer binnen de geschiedenis. Hiermee lijkt zich een conceptuele distinctie op te dringen tussen waarheid en realiteit. De mythe is dan wel waar noch vals, maar daarmee lijkt nog niet gezegd te zijn dat ze daarom geen historische realiteit heeft. Voor Sorel lijkt het namelijk min of meer buiten kijf te staan dat de mythe een effect heeft op historische gebeurtenissen. In een andere passage van Reflections on Violence impliceert de auteur zelfs dat het essentieel is voor historici om kennis te vergaren over de mythe indien zij historische feiten adequaat willen begrijpen (SOREL, Reflections on Violence, p.20: “I proposed to give the name of ‘myths’ to these constructions, knowledge of which is so important for historians.”). De vraag kan echter wel gesteld worden hoe Sorel een dergelijke historische kennis van de mythe precies mogelijk acht als de mythe zelf enkel bevat kan worden vanuit de verbeelding. Betekent dit dat men slechts een goede geschiedkundige kan zijn en historische gebeurtenissen pas ten volle kan begrijpen wanneer men zich aangesproken weet door de mythe?

zondag 24 juni 2018

Sorel – De politieke mythe versus de utopie

The optimist in politics is an inconstant and even dangerous man, because he takes no account of the great difficulties presented by his projects; these projects seem to him to posses a force of their own which tends to bring about their realization all the more easily as, in his opinion, they are destined to produce more happiness. (Georges Sorel, Reflections on Violence, p. 10)


Wanneer we uitgaan van Sorels kritiek op een optimistische ingesteldheid in de politiek, zou het een logisch gevolg zijn dat hij het economische vooruitgangsoptimisme (p. 9) als een ‘politieke mythe’ zou bestempelen en afwijzen. Toch is dit niet Sorels visie op de poltieke mythe. De politieke mythe is volgens hem net een uitdrukking van een wil om te handelen bij het proletariaat (p. 28), en dit is iets wat Sorel steunt. Een belangrijk voorbeeld van een politieke mythe volgens Sorel is de algemene staking. Hoewel de politieke mythe volgens Sorel steeds een utopisch element bevat, iets wat hij als ‘pessimist’ afwijst (ibid.), onderscheidt hij de politieke mythe van de utopie, en wijst hij alleen de utopie af. De utopie is namelijk een louter intellectueel product, een theoretisch model (Bottici 2010, 160), en de politieke mythe niet.

vrijdag 16 maart 2018

Beeld en spraak

Leni Riefenstahl
“Ordinary language could not produce these results in any very certain manner; appeal must be made to collections of images which, taken together and through intuition alone, before any considered analyses are made, are capable of evoking the mass of sentiments which correspond to the different manifestations of the war undertaken by socialism against modern society.” (Sorel, Georges. Reflections on Violence. p. 113)

In dit citaat lijkt Sorel een onderscheid te maken tussen twee politieke middelen: de taal en het beeld. Van de verbeelding gaat volgens Sorel een kracht uit die de taal mist. Het collectief geleefde beeld kan op een intuïtieve manier een massa in beweging zetten. Dit beeld is een compositie van uiteenlopende beelden die uit de ervaringen van sociale conflicten zijn ontstaan en met emoties zijn beladen. Samengenomen winnen deze beelden aan intensiteit en vormen ze wat Sorel de mythe van de algemene staking noemt. De mythe of de sociale verbeelding ontstaat vanuit de ervaring en is de kracht van een gemeenschap die uiteindelijk tot de revolutie zal leiden. Het talige discours staat deze omwenteling volgens Sorel in de weg. In haar zoektocht naar een compromis is het leugenachtig en ledigt het de motor van het handelen. Het spreken, zo zou men kunnen zeggen, spreekt niet aan.   
Sorel gaat uit van een instrumentele opvatting van het politieke. Politiek betekent geschiedenis maken. Daartoe is de mythe het beste middel en de taal een obstakel. Sorel lijkt zo wel erg ver van het politieke domein te zijn weggedreven. Want wat is politiek eigenlijk? Is het een ontwerpen van of veeleer een zorg om de wereld zoals Arendt schrijft? Is deze zorg niet een intrinsiek talige activiteit? Een ‘acting in concert’ dat geheel met het spreken is vervlochten? Bij Sorel wordt het politieke losgemaakt van het spreken. Het wordt tot een gewelddadig handelen dat zich ontplooit vanuit de collectieve beleving van een beeld. De vraag dringt zich op wat nog rest van het politieke wanneer het niet langer met het spreken is verbonden.

dinsdag 13 maart 2018

Als zaden in het zand ...




"The sacrifice of his life made by the soldier of Napoleon in order in having had the honour of taking part in “eternal” deeds and of living in the glory of France knowing that “he would always remain a poor man”,  the extraordinary virtues shown by the Romans who resigned themselves to an appalling inequality and yet who suffered so much to conquer the world, the ‘belief in glory [which was] a value without equal’ created by Greece and as a result of which ‘a selection was made from the swarming masses of humanity, life had a motive, and there was a recompense for those who had pursued the good and the beautiful, - these are things that the intellectualist philosophy cannot explain."
Sorel, Reflections on Violence, p. 22.

Mensen die hun leven geven voor de glorie van het vaderland! Hoe staat dit toch haaks op de opvattingen van Stirner:
“ The patriots fall in bloody battle or in the fight with hunger and want; what does the nation care for that ? By the manure of their corpses the nation comes to " its bloom! " The individuals have died " for the great cause of the nation," and the nation sends some words of thanks after them and—has the profit of it.
Sorel is ook een denker die vele andere beïnvloed heeft bij hun denken over geweld. Zo zegt Arendt:” Er waren slechts weinig vooraanstaande schrijvers die geweld verheerlijkten om het geweld alleen; maar die weinigen -Sorel, Pareto, Fanon- ….” ( Over Geweld, 2004, p.89) In de aangehaalde passage lijkt het er inderdaad ook op dat Sorel mensen die geweld pleegden verheerlijkt.
 Is het heldendom dat Sorel hier aanhaalt welmogelijk? Waren de soldaten van Napoleon mensen die zich vrijwillig mengden in zijn oorlog? En waren zij die honderd jaar later uit de loopgrachten rond Ieper mensen sprongen mensen die dat deden om de eeuwige glorie?  Stierven zij met de glimlach op het gelaat omdat ze een grote taak volbrachten? Zeker niet.  Waarschijnlijk werden ze gedwongen om dienst te nemen en te vechten.
Het verhaal van dit heldendom is een constructie gemaakt door mensen die niet betrokken waren in die moordaardige gevechten. Het verheerlijken van de gevallenen dient alleen hun zaak.


(Blogpost van Ward Casteels)

zondag 25 februari 2018

Sorel en de mythe van de martelaar





"Comparing Giordano Bruno, who ‘allowed himself to be burnt at the Champ-de-Flore’, with Galileo, who submitted to the Holy See, Renan sides with the second because, according to him, the scientist did not bring anything to support his discoveries beyond good arguments; he considered that the Italian philosopher wished to supplement his inadequate proofs by his sacrifice (…) Renan here confuses conviction, which must have been very powerful in Bruno’s case, with that particular kind of certitude associated with accepted theories of science” (23)

In 1600 veroordeelt de Inquisitie de Napolitaanse wetenschapper en filosoof Giordano Bruno tot de brandstapel omwille van zijn ideeën. Bruno’s veroordeling door de Inquisitie wordt vaak gezien als een symbool voor de veroordeling van de vrije wetenschap door de dogmatische kerkelijke autoriteiten. Bruno was immers astronoom en wetenschapper: hij verkondigde moderne theorieën als de oneindigheid van het heelal en een copernicaans wereldbeeld. Dat de Katholieke Kerk de wetenschap te vuur en te zwaard bestrijdde, is echter een misverstand. Zelfs een snelle blik op Wikipedia leert ons dat deze zienswijze op zichzelf een mythe is, waarin Bruno tot martelaar van de wetenschap werd uitgeroepen. De Katholieke Kerk gaf relatief weinig om de visie op het heelal. Sommige vooraanstaande geestelijken waren zelf wetenschappers, zonder daarvoor op de brandstapel te belanden. Bruno, een uitgetreden domincaan en bekeerde protestant, was zelf door en door religieus. Hij hield er gewoon andere religieuze overtuigingen op na dan de katholieken of protestanten. Zijn leven (dominicaan, calvinist, astronoom, lutheraan en hoogleraar in verschillende landen ) leest als een lange zoektocht naar spiritualiteit, zingeving en een goddelijke aanwezigheid, eerder dan als het relaas van een wetenschappelijke zoektocht naar zekerheid. Het zijn Bruno’s religieuze opvattingen die hem uiteindelijk in Rome op de brandstapel doen belanden. Bruno stierf niet voor de wetenschap, maar voor zijn ideeën over god en religie. Ideeën die misschien minder dogmatisch zijn dan de strikte leerstellingen van de Katholieke Kerk. Maar Bruno is dogmatisch genoeg om zijn religieuze visie niet te willen herroepen en zijn eigen leven te sparen. Een martelaar minder voor de wetenschap – al zal de mythe ook hier misschien wel langer blijven doorleven dan de historische feiten.

Sorel had gelijk erop te wijzen dat Renan weinig begrepen heeft van Bruno’s drijfveren. De filosoof die koppig de amestie weigert en voet bij stuk houdt, doet dat immers niet uit rationele overwegingen. Het gaat hier om iets heel anders: een diepe overtuiging dat zijn religieuze opvattingen waar zijn. En dat er met die overtuiging iets op het spel staat, is duidelijk – zo veel dat men er zijn leven woor wil geven. Sorel duidt deze overtuiging aan als de mythe. Een mythische overtuiging verschilt van een wetenschappelijke zekerheid: niet omdat de ene meer waarheid bevat dan de andere (voor degene die in de mythe gelooft zijn ze immers even waar) maar omdat de mythe deel uitmaakt van de mens en de mens van de mythe, terwijl de wetenschap ons niet rechtstreeks aangaat (behalve voor hen die van de wetenschap hun mythe hebben gemaakt). De mythe is verbonden met identiteit. Ze is essentieel voor de betekenis van ons bestaan. Bruno sterft liever dan de mythe te loochenen en verder te leven in een wereld ontdaan van betekenis, referentiekader en identiteit.