"Scientificality of mass propaganda has indeed been so universally employed in modern politics that it has been interpreted as a more general sign of that obsession with science which has characterized the Western world since the rise of mathematics and physics in the sixteenth century; thus totalitarianism appears to be only the last stage in a process during which "science [has become] an idol that will magically cure the evils of existence and transform the nature of man."" (Arendt, The Origins of Totalitarianism, p 346)
Deze passage deed me sterk denken aan de theorie van het 'hard determinism', die stelt dat elke actie van de mens reeds op voorhand bepaald is. Arendt bekijkt totalitaire propaganda als een logische stap in de verwetenschappelijking van de samenleving, en hard determinism lijkt mij de stap die daar als eerste op volgt. In een totalitaire samenleving legt men zich neer bij een uitzichtloze wereld waarin alles van hogerop of buitenaf bepaald is, waardoor de individuele wil van de mens steeds meer buitenspel wordt gezet, totdat men verzandt in hard determinism. Ik wil hierbij kort verwijzen naar de film 'Minority Report', waarin een speciale politie eenheid werkzaam is die zich bezighoudt met het oppakken van misdadigers vooraleer ze een misdaad hebben gepleegd. Zulke taferelen, die gebaseerd zijn op hard determinism, zijn enkel mogelijk in een totalitaire samenleving die toelaat dat mensen die per definitie onschuldig zijn op het moment van arrestatie, toch wettelijk opgepakt mogen worden.
Posts tonen met het label ARENDT. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ARENDT. Alle posts tonen
maandag 3 september 2018
dinsdag 21 augustus 2018
De banaliteit van totalitaire propaganda
“Totalitarian
propaganda can outrageously insult common sense only where common sense has
lost its validity. Before the alternative of facing the anarchic
growth and total arbitrariness of decay or bowing down before the most rigid,
fantastically fictitious consistency of an ideology, the masses probably will
always choose the latter and be ready to pay for it with individual sacrifices
– and this not because they are stupid or wicked, but because the general disaster
in this escape grants them a minimum of self-respect.” (ARENDT, The Origins of Totalitarianism, 352.)
Deze passage uit The Origins of Totalitarianism maakt
deel uit van een langere redenering waarin Hannah Arendt de werking van
totalitaire propaganda enigszins lijkt te verbinden met een redelijk alledaags verlangen
in de menselijke natuur, namelijk het verlangen om de wereld te ordenen. De
mens is namelijk gedwongen te existeren in een wereld die vergeven is van
toevalligheden en waarin wetmatigheden niet meteen op vanzelfsprekende manier
gelezen kunnen worden. Het is echter een faculteit van de menselijke geest om
in al die chaos een zekere structuur te zien waardoor het bestaan opnieuw
bevattelijk lijkt te worden. Dit op zich redelijk onschuldig vermogen blijkt
niettemin ook gecorrumpeerd te kunnen worden en kan doorslaan in de bereidheid
om een radicale ideologie te volgen die dan wel terug enige consistentie biedt,
maar die volslagen absurd is en ingaat tegen alle regels van het gezond
verstand.
Net zoals Arendt ook in
haar boek over de Duitse SS’er Adolf Eichmann argumenteert dat het grootste kwaad
niet noodzakelijk meteen de vorm aanneemt van duidelijke schurkenstreken maar
juist ligt in een banale alledaagsheid, lijkt de auteur ook hier het succes van
totalitaire propaganda – en bij uitbreiding ook het succes van totalitaire
regimes als dusdanig – zeer dicht te leggen bij het dagelijkse bestaan. Mensen
die zich laten verleiden door een totalitaire retoriek doen dat niet zozeer uit
domheid of slechtheid; veeleer gaan zij in op een zeer menselijk verlangen en
zijn zij bereid om zeer ver te gaan zolang dit verlangen maar bevredigd wordt. Zeker
in tijden van extreme rampspoed of op momenten dat duidelijke verklaringen
alles behalve gegeven kunnen worden, lijkt de lokroep van consistente en
eenvoudige verklaringen sterker te worden, hoe contrafeitelijk die verder ook
mogen zijn. Gezien Arendts eigen onaangename confrontatie met de totalitaire
nazi-ideologie moet bovenstaand citaat wellicht niet gelezen worden als een
vergoelijking voor het feit dat de massa onder extreme omstandigheden haar
toevlucht zoekt tot radicale ideeën, maar eerder als een waarschuwing. Wanneer
men wordt overweldigd door de contingentie van het bestaan, gaat men immers bij
gebrek aan zelfreflectie maar al te snel mee in totalitaire ideologieën.
zondag 24 juni 2018
Arendt – Een consistente maar niet reële wereld
Before they seize power and establish a world according to their
doctrines, totalitarian movements conjure up a lying world of consistency which
is more adequate to the needs of the human mind than reality itself; in which,
through sheer imagination, uprooted masses can feel at home and are spared the
never-ending shocks which real life and real experiences deal to human beings
and their expectations. (Hannah
Arendt, The Origins of Totalitarianism,
p. 353)
Hoewel Hannah Arendt in The Origins of Totalitarianism niet
expliciet over de (politieke) mythe schrijft maar over propaganda, zouden we
propaganda volgens mij kunnen zien als een medium voor het verspreiden van
bepaalde mythes. Hoewel propaganda volgens Arendt ‘verbeelding’ en ‘onwaarheid’
naar voren schuift, benadrukt ze de innerlijke consistentie van wat er in
propaganda verteld wordt. Arendt stelt dat deze ideële consistente wereld een
wereld is waar de mens makkelijker mee om kan gaan dan de reële wereld.
We kunnen hier volgens mij een
parallel zien met de theorie van het ontstaan van de mythe zoals die geschetst
wordt door Hans Blumenberg in Arbeit am
Mythos, hoewel Arendt en Blumenberg hier over een andere historische
periode schrijven. Blumenberg stelt namelijk dat mythes oorspronkelijk ontstaan
zijn als een manier om om te gaan met een werkelijkheid die overweldigend is.
Die gedachte komt volgens mij ook terug bij Arendt, omdat ze de nadruk legt op
het feit dat de massamens die in een bepaalde mythe gelooft, gespaard wordt van
de ‘nooit ophoudende shocks’ die deel zijn van het echte leven.
vrijdag 16 maart 2018
Verbeeldingspolitiek en verlatenheid
![]() |
| Das Leben der Anderen |
In
de reflectie op de politieke mythe stond collectiviteit tot nog toe centraal.
Sorel definieert deze in termen van een collectieve verbeelding als kracht van
een gemeenschap. Cassirer spreekt van een collectief verlangen. Opmerkelijk aan
Arendts analyse is echter dat deze niet de collectiviteit, maar het isolement
naar voor schuift als voedingsbodem van en bindende factor voor de ideologische
fictie. In haar doortastende cultuurfilosofische analyse stoot ze niet op
gedeelde emoties, maar op het onvermogen onze ervaringen nog langer met elkaar
te delen. Ze treft geen collectief verlangen als motor van massamobilisatie,
maar een diepgewortelde verlatenheid. Totalitaire regimes enten zich volgens
Arendt niet alleen op de afwezigheid van een gedeelde ervaring van de werkelijkheid,
maar consolideren deze ook en ontlenen daaraan hun werking. Het is de
verwoestijning die de
verbeeldingspolitiek voedt en in stand houdt. Omdat de mens op deze plek - die
elke zinvolle samenhang ontbeert - niet langer kan existeren, vlucht hij in
ideologische fictie. Deze fictie verleent de mens de consistentie die hij in de
werkelijkheid mist.
Arendts analyse brengt aan het licht dat massamobilisatie onder totalitaire regimes pas mogelijk werd toen het samenleven onmogelijk
was gemaakt. Deze onmogelijkheid wordt in de film “Das Leben der Anderen”
goed in beeld gebracht. De film laat zien hoe het wantrouwen onder het totalitaire
klimaat van de DDR de huiskamers binnendringt. De terreur van de Stasi brengt Christa-Maria ertoe haar echtgenoot, een dissidente schrijver, te verraden. Het delen van
ervaringen is ook in de privésfeer onmogelijk geworden. De verlatenheid tekent
het meest innige samenzijn.dinsdag 13 maart 2018
De essentie van totalitaire regimes
"Propaganda is indeed
part and parcel of “psychological warfare”; but terror is more. Terror
continues to be used by totalitarian regimes even when its psychological aims
are achieved: its real horror is that it reigns over a completely subdued
population. Where the rule of terror is brought in perfection, as in
concentration camps, propaganda disappears entirely: it was even expressly
prohibited in Nazi Germany. Propaganda, in other words, is one, and possibly
the most important instrument of totalitarianism for dealing with the outside
world: terror, on the contrary, is the very essence of its form of government."
Arendt, Totalitarianism, p. 344.
Arendt zegt hier wat de essentie is van een
totalitair regime. Dat is terreur. Terreur keert zich zoals ze hier zegt tegen
een bevolking die totaal onderworpen is, die geen mogelijkheid van verweer
heeft. Elders zegt ze dat terreur een vorm van geweld is waar de beul van
vandaag het slachtoffer wordt van
morgen. Het gaat hier over geweld dat volledig ontsnapt aan elke regel of
voorspelling. Het allerergste is eigenlijk dat het zich keert tegen de eigen
bevolking, de bevolking van de staat zelf, terwijl misschien de belangrijkste
functie van de staat eruit bestaat zijn burgers te beschermen tegen wetteloosheid
en willekeur. Dat is de grootste misdaad van elk totalitair regime.
(Blogpost van Ward Casteels)
zondag 25 februari 2018
Propaganda is geen mythe
“Totalitarian movements use socialism and racism by emptying them
of their utilitarian content, the interests of a class nation. The form of
infallible prediction in which these concepts were presented has become more
important than their content. The chief qualification of mass leader has become
unending infallibility; he can never admit an error. () Mass leaders in power
have one concern which overrules all utilitarian considerations: to make their predictions
come true. () The propaganda effect of infallibility, the striking success of
posing as a mere interpreting agent of predictable forces, has encouraged in
totalitarian dictator the habit of announcing their political intentions in the
form of prophecy.”
Hannah Arendt, The
Origins of Totalitarianism. New edition with added prefaces. New York;
London: Harvest Book, 1979, 348-349
Deze passage illustreert dat Hanna
Arendt niet enkel het begrip van Mythe bewust niet gebruikt maar dat het begrip
van ‘propaganda’ hier ook geen synoniem is. Arendt lijkt zich ver te willen
houden van de niet-rationele inhoud van de mythes. Propaganda beroept zich in
Arendts analyse op de vorm van het wetenschappelijk argument (als is dit significant
onwaar) dat zich formuleert als een
voorspelling. In tegenstelling tot traditionele benadering dat de mythe nooit
kan eindigen, wordt in Arendts analyse de voorspelling van de propaganda (door
dictator en terreur) net wel voltrokken.
Arendt analyseert hier een
rationele techniek die het individu eerst ontheemt om het vervolgens te
indoctrineren. De psychologische aantrekkingskracht van iets als de nationaal socialistische
mythe van een ‘Gesamtkunstwerk’ zoals
o.a. Lacoue-Labarthe analyseert in Lini
Riefenstahls documentaire ‘Triumph des
Willens‘ blijft hier buiten
beschouwing.
We zouden Blumenbergs kritiek op
Arendts ‘Eichamn in Israël’ ook in die zin kunnen interpreteren. Arendt heeft
niet de Mythologische dimensie van het proces Eichman voor het funderen van de
Israëlische staat gemist, ze laat dit gewoon buiten beschouwing.
ARENDT: HET HERSCHRIJVEN VAN DE GESCHIEDENIS
The
scientificality of totalitarian propaganda is characterized by its almost
exclusive insistence on scientific prophecy as distinguished from the more
old-fashioned appeal to the past. Nowhere does the ideological origin, of
socialism in one instance and racism in the other, show more clearly than when
their spokesmen pretend that they have discovered the hidden forces that will
bring them good fortune in the chain of fatality. There is of course a great
appeal to the masses in "absolutist systems which represent all events of
history as depending upon the great first causes linked by a chain of fatality,
and which, as it were, suppress men from the history of the human race"
(in the words of Tocqueville).
(Arendt,
Hannah, The Origins of Totalitarianism,
p.345)
Door
op de geschiedenis het wetenschappelijk model van de natuurwetenschappen toe te
passen gaat men particuliere gebeurtenissen verklaren door hun oorzaak te
zoeken. Zo wordt geschiedenis herleid tot een proces van causaliteit. Eens men
uit dit proces de 'geschiedeniswetten' afgeleid heeft, hoeft men zich niet meer
te beperken tot het schouwen van het verleden, maar kan ook de toekomst
feilloos bepaald worden. Dit geloof in een universele geschiedenis werd niet
door het totalitarisme ontworpen, maar werd wel heel efficiënt in de
propagandamachine ingeschakeld. Door de geschiedenis te herleiden tot termen
zoals verklaring, proces, causaliteit en bovenal voorspelling perverteert men
de geschiedenis. Hierin staat namelijk bij Arendt betekenis, uniciteit,
onvoorspelbaarheid en contingentie centraal. Geschiedenis is het domein van het
menselijk handelen waarvan de uitkomst steeds onvoorspelbaar is. Het is in de
geschiedenis dat de menselijke vrijheid en diens vermogen een nieuw begin te
stellen zichtbaar kan worden. Maar hiervoor moet men wel de particulariteit en
de contingentie van de geschiedenis respecteren. Door de geschiedenis in een
causaal patroon te wringen, worden deze aspecten van het menselijk leven alleen
maar verduisterd en verdwijnt de particuliere mens uit de geschiedenis. De
massamens krijgt de consistentie waarop hij zo gebrand is, maar raakt nog meer
verblind voor zijn vrijheid. En dat past natuurlijk perfect in de kraam van de totalitaire
propaganda.
Longing for fiction
“Their art consists in using, and at the same
time transcending, the elements of reality, of verifiable experiences, in the
chosen fiction, and in generalizing them into regions which then are definitely
removed from all possible control by individual experience. With such
generalizations, totalitarian propaganda establishes a world fit to compete
with the real one, whose main handicap is that it is not logical, consistent,
and organized.” - Hannah Arendt, The Origins of Totalitarianism. New
edition with added prefaces. (New York; London: Harvest Book, 1979) p. 362
De empirie (common sense) heeft geen greep
meer op de massamens, omdat ze niet langer consistent is. Het individu is
ontheemd van zijn wereld, en de verbeelding is de enige vorm van consistentie die nog rest. In
tegenstelling tot de losgesneden banden van een gemeenschappelijke wereld, is
de menselijke geest namelijk wel inherent gekenmerkt door consistentie. De sensus communis wordt met andere woorden uitgeschakeld, en de ‘super sense’ neemt haar plaats in. De massamens neemt zijn toevlucht tot de ‘super sense’. Hannah Arendt benadrukt dat dit uit vrije wil gebeurt. De mens
wordt volgens Arendt dus niet deterministisch gekenmerkt in het uitkomen bij
zijn verbeelding (d.i. ideologische fictie), maar kiest hier vrijwillig voor. De
fictie belooft ons namelijk mens te zijn, te existeren. De verbeelding appelleert
op iets dat door en door menselijk is, en geeft ons meer houvast dan de echte
wereld.
Abonneren op:
Posts (Atom)
