dinsdag 13 maart 2018

Als zaden in het zand ...




"The sacrifice of his life made by the soldier of Napoleon in order in having had the honour of taking part in “eternal” deeds and of living in the glory of France knowing that “he would always remain a poor man”,  the extraordinary virtues shown by the Romans who resigned themselves to an appalling inequality and yet who suffered so much to conquer the world, the ‘belief in glory [which was] a value without equal’ created by Greece and as a result of which ‘a selection was made from the swarming masses of humanity, life had a motive, and there was a recompense for those who had pursued the good and the beautiful, - these are things that the intellectualist philosophy cannot explain."
Sorel, Reflections on Violence, p. 22.

Mensen die hun leven geven voor de glorie van het vaderland! Hoe staat dit toch haaks op de opvattingen van Stirner:
“ The patriots fall in bloody battle or in the fight with hunger and want; what does the nation care for that ? By the manure of their corpses the nation comes to " its bloom! " The individuals have died " for the great cause of the nation," and the nation sends some words of thanks after them and—has the profit of it.
Sorel is ook een denker die vele andere beïnvloed heeft bij hun denken over geweld. Zo zegt Arendt:” Er waren slechts weinig vooraanstaande schrijvers die geweld verheerlijkten om het geweld alleen; maar die weinigen -Sorel, Pareto, Fanon- ….” ( Over Geweld, 2004, p.89) In de aangehaalde passage lijkt het er inderdaad ook op dat Sorel mensen die geweld pleegden verheerlijkt.
 Is het heldendom dat Sorel hier aanhaalt welmogelijk? Waren de soldaten van Napoleon mensen die zich vrijwillig mengden in zijn oorlog? En waren zij die honderd jaar later uit de loopgrachten rond Ieper mensen sprongen mensen die dat deden om de eeuwige glorie?  Stierven zij met de glimlach op het gelaat omdat ze een grote taak volbrachten? Zeker niet.  Waarschijnlijk werden ze gedwongen om dienst te nemen en te vechten.
Het verhaal van dit heldendom is een constructie gemaakt door mensen die niet betrokken waren in die moordaardige gevechten. Het verheerlijken van de gevallenen dient alleen hun zaak.


(Blogpost van Ward Casteels)

zondag 25 februari 2018

Blumenberg en de mythe van het verloren paradijs



"that creature had, in any case, left the protection of a more hidden form of life, and an adapted one, to expose itself to the risks of the widened horizon of its perception, which were also those of its perceivability." (4) 

Hans Blumenberg vertelt in het begin van zijn Arbeit am Mythos een verhaal om de oorsprong van de mythe te verklaren: de voorouders van de mens ruilden de beschutting van het regenwoud in voor de savanne, waar ze plotseling blootgesteld waren aan de gevaren en angsten van zien en gezien worden. De hele horizon werd een bron van dreigende, onbestemde angst. De mythe, aldus Blumenberg, was een vangnet voor die angst: een manier om richting te geven aan de paniek en de angst om te buigen in vrees voor concrete zaken (alles beter dan de dreiging van de leegte van de horizon). 

Blumenbergs verhaal is opmerkelijk om twee redenen. Ten eerste situeert Blumenberg de oorsprong van de mythe op hetzelfde moment als het ontstaan van de mens. De mens en de mythe zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, de mens is een mythisch wezen. Ten tweede doet Blumenberg zelf beroep op mythische elementen om dit verhaal te vertellen. De parallellen met de Bijbelse Genesis, zoals de verdrijving uit het paradijs, zijn duidelijk aanwezig. Blumenberg begint zijn theorie over het ontstaan van de mythe dus zelf met een mythe. In Blumenbergs theorie over de mythe laat hij de mythe als het ware opnieuw geboren worden.

Is Blumenbergs verhaal geloofwaardig? Wanneer we het opvatten als een theorie, zijn er heel wat argumenten tegenin te brengen. De wetenschappelijke waarde van Blumenbergs verhaal over het ontstaan van de mythe is in ieder geval niet bewezen. Zijn waarheidsclaim houdt, vanuit wetenschappelijk oogpunt, waarschijnlijk niet lang stand. Maar Blumenbergs verhaal wordt pas waardevol wanneer we het niet bekijken vanuit het oogpunt van de theorie, maar vanuit de mythe zelf. Het gaat er niet om of het verhaal feitelijk waar is, maar wel om de betekenissen die dit verhaal uitdrukt. Want net door de vorm van de mythe te kiezen om zijn punt duidelijk te maken doet Blumenberg iets opmerkelijks: hij geeft de mythe niet alleen opnieuw een plaats binnen de filosofie, hij lijkt ook een ontsnappingspoging te wagen uit de valstrik waar de meeste theorieën over de mythe intrappen en die moeilijk te vermijden lijkt. Want theorie en mythe bedienen zich van een wezenlijk andere vorm.


Sorel en de mythe van de martelaar





"Comparing Giordano Bruno, who ‘allowed himself to be burnt at the Champ-de-Flore’, with Galileo, who submitted to the Holy See, Renan sides with the second because, according to him, the scientist did not bring anything to support his discoveries beyond good arguments; he considered that the Italian philosopher wished to supplement his inadequate proofs by his sacrifice (…) Renan here confuses conviction, which must have been very powerful in Bruno’s case, with that particular kind of certitude associated with accepted theories of science” (23)

In 1600 veroordeelt de Inquisitie de Napolitaanse wetenschapper en filosoof Giordano Bruno tot de brandstapel omwille van zijn ideeën. Bruno’s veroordeling door de Inquisitie wordt vaak gezien als een symbool voor de veroordeling van de vrije wetenschap door de dogmatische kerkelijke autoriteiten. Bruno was immers astronoom en wetenschapper: hij verkondigde moderne theorieën als de oneindigheid van het heelal en een copernicaans wereldbeeld. Dat de Katholieke Kerk de wetenschap te vuur en te zwaard bestrijdde, is echter een misverstand. Zelfs een snelle blik op Wikipedia leert ons dat deze zienswijze op zichzelf een mythe is, waarin Bruno tot martelaar van de wetenschap werd uitgeroepen. De Katholieke Kerk gaf relatief weinig om de visie op het heelal. Sommige vooraanstaande geestelijken waren zelf wetenschappers, zonder daarvoor op de brandstapel te belanden. Bruno, een uitgetreden domincaan en bekeerde protestant, was zelf door en door religieus. Hij hield er gewoon andere religieuze overtuigingen op na dan de katholieken of protestanten. Zijn leven (dominicaan, calvinist, astronoom, lutheraan en hoogleraar in verschillende landen ) leest als een lange zoektocht naar spiritualiteit, zingeving en een goddelijke aanwezigheid, eerder dan als het relaas van een wetenschappelijke zoektocht naar zekerheid. Het zijn Bruno’s religieuze opvattingen die hem uiteindelijk in Rome op de brandstapel doen belanden. Bruno stierf niet voor de wetenschap, maar voor zijn ideeën over god en religie. Ideeën die misschien minder dogmatisch zijn dan de strikte leerstellingen van de Katholieke Kerk. Maar Bruno is dogmatisch genoeg om zijn religieuze visie niet te willen herroepen en zijn eigen leven te sparen. Een martelaar minder voor de wetenschap – al zal de mythe ook hier misschien wel langer blijven doorleven dan de historische feiten.

Sorel had gelijk erop te wijzen dat Renan weinig begrepen heeft van Bruno’s drijfveren. De filosoof die koppig de amestie weigert en voet bij stuk houdt, doet dat immers niet uit rationele overwegingen. Het gaat hier om iets heel anders: een diepe overtuiging dat zijn religieuze opvattingen waar zijn. En dat er met die overtuiging iets op het spel staat, is duidelijk – zo veel dat men er zijn leven woor wil geven. Sorel duidt deze overtuiging aan als de mythe. Een mythische overtuiging verschilt van een wetenschappelijke zekerheid: niet omdat de ene meer waarheid bevat dan de andere (voor degene die in de mythe gelooft zijn ze immers even waar) maar omdat de mythe deel uitmaakt van de mens en de mens van de mythe, terwijl de wetenschap ons niet rechtstreeks aangaat (behalve voor hen die van de wetenschap hun mythe hebben gemaakt). De mythe is verbonden met identiteit. Ze is essentieel voor de betekenis van ons bestaan. Bruno sterft liever dan de mythe te loochenen en verder te leven in een wereld ontdaan van betekenis, referentiekader en identiteit.